rudi
|
voort gaat de cilinder, mijn romp,
aanzuigend afstotend levenshinder
ik de ziedende zuurbijtende knauwende kop van de vlinder
ik slok u op, en alle geboorten
alle kleuren, alle akkoorden, wondervleugels, 'k slok u op
tot grijs en grauw is alles afgebeten, afgeslagen
met de zuigtong, met de hersenogen van de nacht
ik slurp u op, de hele kleurenloze wereld door
ik snuif u in mijn tracheeën
ik baar u met mijn hoofd vol weeën
ik kan niet ontpoppen, ontkoppen, ontploffen
ik moet geiseren, vulkanen, tanen en branden
ik spaar knarselustig voor wijsheidstanden
ik ben de daad
en
na de daad
vreet ik u op, uw smachtende kop eerst,
uw lieve likkebaarden eerst, uw afkeer eerst
de man wil de vrouw doen smeken om kennis,
doen breken in de stroperige aanblik van nectar
en alle splintertanden tussen ons
alle bruine wanden tussen ons
alle slachtkamelenrots, de zeeën vol van trots en vrees
de afgunst, eenzaamheid, de afgunst, eenzaamheid
in dit alles zal ik u verslinden
zal 'k in u de parel vinden
het zand gezaaid
het blinken dat mij in u sleurt
want ik weet dat gij in alle vlees,
naar de zoete aardse nectar geurt
de boter aan mijn galgje opbeurt
mijn vleugelen verbreedt en in uw hoofdje sluit
mijn cilinder bolt
zodat al mijn liefde
als garen in uw poesje rolt
en dan explodeer ik morgen maar
|
02/02/10 19:29
|